Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Vissennieuws - Rivulus agilae

Peter Bus, AV Pronkjuweel

We kunnen vanzelfsprekend in het aquarium totaal verschillende vissen houden, we denken dan aan bijvoorbeeld Labyrinthvissen, meervallen en de uitgesproken oppervlaktevissen. Dan doen we zomaar een greep uit een grote verscheidenheid.
De Rivulus agilae wordt tot de oppervlaktevissen gerekend.

Rivulus agilae

Dit visje is afkomstig uit Suriname en wordt aangetroffen in de omgeving van de Pararivier en het gebied tot aan de Surinamerivier. Ze komen daar voor in kreekjes met water van een kleur die aan Coca Cola doet denken.

De Rivulus agilae heeft een bovenstandige bek. Ze nuttigen dan ook veel insecten en hun larven. De insecten kunnen ze gemakkelijk springend bemachtigen.
Springen doen ze ook in het aquarium. Ze springen dan ook door het kleinste gaatje uit het aquarium, vandaar het aquarium goed afdekken.
Feitelijk hoort de Rivulus agilae thuis in een lange lage bak.
U kunt de Rivulus agilae houden in hard water, maar ze hebben een hekel aan waterverversen. Hun onbehagen tonen ze dan duidelijk door met de vinnen te knijpen.

Het geslachtsonderscheid is niet moeilijk en met een lengte van 7 cm zijn ze volwassen. Het zijn ook geen agressieve visjes ten opzichte van elkaar; u kunt gemakkelijk enkele stelletjes houden.

De Rivulus agilae kunt u alleen kweken als ze in goede conditie zijn. U neemt een bakje van 35 x 20 x 20 cm, de bodem wordt bedekt met zand en daarover heen turfplaatjes. Een waterstand van circa 15 cm is voldoende. Indien u vers water neemt, dan de bak ongeveer 14 dagen laten staan en doorluchten. We kweken met één mannetje en twee vrouwen. Het beste voedsel bestaat uit muggenlarven, watervlooien, vliegjes en af en toe tubifex.

De eieren die dagelijks afgezet worden zet de Rivulus agilae het liefst af in drijfgoen en deze brengen we onder in broedschalen. Ze komen bij een temperatuur van 23 graden Celcius na 12 tot 14 dagen uit. De eieren zijn enigszins geelachtig van kleur en vrij groot.

Bij de geboorte zijn de jongen ongeveer 4 mm lang en ze eten onmiddellijk pekelkreeftjes. Wel moet tijdens de ontwikkeling van de eieren de watertemperatuur constant zijn en vooral niet te hoog. Bij een te hoge watertemperatuur gaan vele jongen verloren. De snelle opgroeiers moet u zo spoedig mogelijk uit de opfokbak halen, anders gaan ze zich vergrijpen aan hun kleinere broers en zusters.

Het is beslist de moeite waard eens te gaan kweken met Rivulus agilae.