Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Vissennieuws - Nothobranchius brieni

Peter Bus, AV Pronkjuweel

Er ligt in de provincie Katanga, dit is het zuidelijk deel van voormalig Belgisch Kongo, een uitgestrekt moeras en wel tussen de steden Jaditstad en Elisabethstad (Lubumbashi). In de natte tijd, die van november tot mei duurt, zijn er overal poelen en plassen te vinden, die in grootte kunnen variëren van 10 meter tot 1½ meter breedte en 30 tot 150 cm diepte. Deze plassen ontstaan door de enorme regenval.

Nothobranchius brieni

Als de regentijd aanbreekt, begint de ontwikkeling van nieuw leven in het moeras en duiken er vissen op, die er aanvankelijk niet waren. Op plaatsen waar in de droge tijd alleen gebarsten grond te vinden is, zwemmen de jongen van de Nothobranchius brieni, waarvan de eieren de droge periode in ruststand hebben doorgemaakt.

Als we de eieren eens goed bekijken, zien we daarin de vislarf volledig ontwikkeld liggen, het moment afwachtend, waarop ze de eierschaal kan verbreken en op voedseljacht kan gaan.

De ontwikkeling van de larven van deze vissoort gaat erg langzaam. Ze moeten namelijk een droogte periode doormaken van ongeveer 5 á 6 maanden wil men zekerheid hebben dat alle eieren even ver zijn.

De mannetjes van de Nothobranchius brieni kunnen een lengte van 5 á 6 cm bereiken, de vrouwtjes blijven kleiner.

Nu iets over de kweek:
We moeten de geslachten een week gescheiden houden en afwisselend voeren met muggelarven, watervlooien, torretjes en dergelijke. Hierna zetten we één man en twee wijfjes in de kweekbak.
De kweekbak van bijvoorbeeld 40 x 25 x 25 cm vullen we met zacht water. De waterstand moet ongeveer 10 cm zijn, op de bodem leggen we een laagje uitgekookte turf van circa 2 cm dikte. De watertemperatuur houden we op de 22 á 24 graden Celsius, niet hoger.

Na circa 2½ week scheppen we de vissen uit de kweekbak en gieten het water af. De turf deponeren we in een broedschaal of plastic zak. De turf moet niet in de kweekbak gelaten worden., dit in verband met uitdroging. De zak met turf wordt op een donkere plaats gezet, doch de temperatuur moet constant 23 graden Celsius zijn.

Na het verstrijken van de droogteperiode leggen we de turf in een kweekbak en begieten het met wat water, maar het is belangrijk geen hoge waterstand te nemen. Maar voor het opgieten van het water op de turf, moeten we een cultuur met pekelkreeftjes opzetten; we kunnen de jongen dan direct na het uitkomen hiermee voeren. De jongen groeien zeer snel, mits we voor een goede voeding zorgen, oook moet de waterstand verhoogd worden met vers water, dat op de juiste temperatuur is gebracht.

Wel zijn de jongen van de Nothobranchius brieni er gevoelig voor stip, deze ziekte kunnen we bestrijden door gebruik te maken van Halamid in een concentratie van 1 gram per 100 liter water. Vanzelfsprekend is Halamid een oud product, maar volgens mijn werkt het efficienter dan de nieuwe producten.

Bij een eventuele kweek van de Nothobranchius brieni, wens ik U veel succes.