Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Vissennieuws - Nannobrycon eques

Peter Bus, AV Pronkjuweel

Het Potloodvisje wordt gevangen in de omgeving van Demerary in voormalig Brits-Guyana, waar ze waarschijnlijk voorkomen in langzaam stromende en stilstaande wateren tussen de begroeiing van de oevers.

Nannobrycon eques

Deze fraaie slanke visjes brengen we daarom het beste onder in een ruim aquarium, waarvan de beplanting zodanig is, dat overal langs de randen flinke bossen fijn groen staan. Daartussen als contrast grof-bladige planten, zoals Cryptocorynen.
De bodem dekken we af met turfsnippers met daartussen een beplanting zoals veldjes Echinodorus tenellus. Aan het wateroppervlak drijfplanten zoals Eikebladvarens, watervorkjes en dergelijke.
Een beplanting op deze manier, gecombineerd met een paar stukken kienhout, vormt een uitstekende omgeving voor de Nannobrycon eques.

Zorgt men er voor dat het water zacht is, dan is het helemaal ideaal. Zacht water is echter geen absolute voorwaarde.
Als het kan af en toe wat zon in de bak.

Het kweken van dit visje is niet eenvoudig. De geslachten zijn pas met zekerheid te onderscheiden als de vrouwtjes kuitrijp zijn. Als we paarneigingen bemerken, verdient het aanbeveling de geslachten een paar dagen te scheiden en intussen de kweekbak in te richten. De bodem bedekken we donker af, bijvoorbeeld met turfplaatjes. Het water moet zacht zijn en een temperatuur hebben van ongeveer 25 graden Celsius.
Als beplanting wat fijn groen en zo mogelijk een bosje planten met stevige blaadjes.

De vissen paren rustig en worden na het afzetten van de eieren uit de kweekbak geschept.
Na 24 tot 36 uur komen de eieren uit en zwemmen de jongen vrij. Als eerste voedsel geven we zeer fijne slootinfusie. Na een week kunnen we ze reeds pekelkreeftjes voeren.

In het gezelschapsaquarium kan de Nannobrycon eques uitstekend worden gecombineerd met andere Zuid-Amerikaanse soorten als Nannostomus beckfordi, Nannostomus trifaciatus en Nannostomus marginatus. Als oppervlaktevissen kiezen we bijvoorbeeld Bijlzalmen en als verder completering een schooltje Kardinaaltetra’s.
Al deze soorten kunnen namelijk onder ongeveer gelijke condities worden gehouden.

Aan het voedsel stellen ze geen bijzondere eisen. In verband met hun over het algemeen kleine bekje, knnen ze natuurlijk geen groef voer aan. Naast het normale slootmenu kunnen we ze insecten, bijvoorbeeld fruitvliegjes, welke we zelf kunnen kweken, geven.

Typisch is als het Potloodvisje niet zwemt, het schuin in het water staat.