Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Levendbarende tandkarpers

Peter Bus, AV Pronkjuweel

Toen de eerwaarde Robert John Lechmere Guppy op Trinidad in 1866 kleine, maar mooie, visjes met lange sluierachtige vinnen ontdekte, zal hij wel niet hebben vermoed dat zijn naam voorgoed en overal ter wereld dagelijks zou worden gebruikt om de meest algemene aquariumvis aan te duiden: een Guppy of Gup, de roepnaam van Lebistus reticulatus. Dit visje kan overigens als en voorbeeld gelden voor de gehele familie der Poeciliidae.

Levendbarende tandkarpers

Jonge Guppies worden levend geboren. Inwendige bevruchting is regel en tevens kan één enkele hoeveelheid voor de bevruchting van enige achtereenvolgende worpen voldoende zijn.

De spermatozoïden hecten zich in de wand van het ovarium (eierstok) en blijven daar maanden lang in leven. Zij schijnen zelfs voedsel uit de eierstokwand op te nemen.

De mannetjes zijn steeds direct van de wijfjes te onderscheiden door het 'gonopodium', een copulatieorgaan dat door de verdikking van de 3e, 4e en 5e vinstraal ontstaat. Deze vinstralen worden tevens langer en nabij de top ontstaam - al naar het genus - vervormingen, zoals stekeltjes of haakjes of lepeltjes. Terwijl het gonopodium zich ontwikkelt schuift de aarsvin, tesamen met de buikvinnen, voorwaards totdat de borststreek is bereikt. Het gonopodium is naar alle richtingen beweegbaar en vaak ingewikkeld gebouwd.

Bij de paring brengt het mannetje door middel van het gonopodium een hoeveelheid spermatozoën, die tesamen in een omhulselje 'verpakt' zijn, in de eileider. Daarin bevindt zich een vloeistof die het omhulsel van het zaadpakketje oplost. De bevruchte eieren komen in het lichaam van het wijfje uit, daar ontwikkeld het jonge visje zich dus geheel, zonder dat voedsel uit het moederlichaam wordt toegevoerd of opgenomen. Het in het ei aanwezige reservevoedsel is hiervoor voldoende (ovivipaar). Hoewel de voortplanting van de Poeciliidae op het eerst egezicht dus sterk aan die van de zoogdieren herinnert, is het eigenlijke verloopt toch totaal anders.

Het aantal soorten van de familie Poeciliidae is moeilijk te schatten, ook al omdat er zoveel verschil van mening bestaat over de beste opvatting aangaande de soort-onderscheiding in deze groep. Allerlei kruisingen bleken mogelijk, maar leverden soms hoogst merkwaardige resultaten op.

De gemakkelijke houdbaarheid van vele soorten, de snelle voortplanting enz. hebben vele dezer dieren zeer gezocht gemaakt voor genetisch onderzoek. Zo bleken sommige soorten zich uitsluitend als wijfje voort te planten. Dr. Carl Hubbs en zijn echtgenote deden deze ontdekking in 1932 bij Mollienesia formosa (= Poecilia formosa), een soort die in Noordoost Mexico en Texas wordt aangetroffen. Mannetjes van andere soorten die hetzelfde woongebied hebben, zoals M. latipinna en M. sphenops, bevruchten de wijfjes in de natuur, maar heben geen invloed op het uiterlijk van het nakomelingenschap. Door laboratoriumproeven kon worden bewezen dat ook mannetjes van nog weer andere soorten voor bevruchting zorg kunnen dragen.

In 1959 maakten Miller en Schultz (Universiteit van Michigan) bekend dat het genus Poeciliopsis een andere vorm van segregatie der seksen heeft, due min of meer een schakel vormt met de 'normale' toestand. Poeciliopsis is door enige soorten in Noordwest Mexico vertegenwoordigd. Soms toont de nakomelingenschap één of meer kenmerken van het bevruchtende mannetje, maar ook hier zijn alle jinge vissen wijfjes. Nu blijkt echter dat er twee typen wijfjes zijn. Het ene brengt uitsluitend vrouwelijke jongen voort, maar het andere, dat zich in uiterlijk niet van het eerste onderscheid, krijgt voor de helft mannelijke en voor de andere helft vrouwelijke nakomelingen.

Liefhebbers kweken, soms op goed geluk en soms met veel overleg en goed inzicht, allerlei 'rassen'. Hier is de Guppy wel het meest sprekende voorbeeld van. Er bestaan clubs die zich speciaal toeleggen op het kweken van bijzondere vormen, die zich onderscheiden door lange of merkwaardig gevormde vinnen, door kleuren of vlekken enz. Tentoonstellingen van en wedstrijden met deze visjes worden regelmatig gehouden en internationaal zijn bepaalde regels en voorschriften van kracht.