Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

De kleur van watervlooien

Peter Bus, AV Pronkjuweel

Velen zijn verrukt als bij het vangen van watervlooien een “stekkie” wordt gevonden met bloedrode watervlooien. Maar waarom deze nu bloedrood zijn en andere niet, weet men meestal niet.
Het volgende artikeltje zal dan ook bij velen verwondering wekken.

Daphnia

Het zal U wel eens zijn opgevallen dat watervlooien afkomstig van diverse vindplaatsen vaak geheel verschillend van kleur zijn. Meestal is dit het gevolg van het soort voedsel dat voor hen beschikbaar is. Het verschil tussen bloedrode en vrijwel kleurloze Daphina’s heeft echter een andere oorzaak.

De uitdrukking “bloedrood” is wel zeer op zijn plaats. De kleur wordt namelijk verzorgd door heamoglobine, de stof die ons bloed rood kleurt. Aangezien ze vrijwel doorzichtig zijn, hebben exemplaren met veel heamoglobine een sterk rode kleur.

De taak van de rode bloedkleurstof is: zuurstof door het lichaam te transporteren. Moeten ze nu in een zuurstofarme omgevingleven, dan gaan ze zich aanpassen door meer heamoglobine te vormen. Meer heamoglobine betekent, dat de weinig beschikbare zuurstof beter kan worden benut. Ze kunnen er nu weer tegen. U zult dus altijd rode watervlooien aantreffen in zuurstof arme watergedeelten.

Meestal is dit plaatsen waar veel watervlooien voorkomen en dan op warme dagen. Omgekeerd kan uit de kleur van de Daphnia’s de gesteldheid van het water afgelezen worden: op plaatsen waar bleke watervlooien gevonden worden is het beter zuurstofrijk.

Watervlooien zijn overigens niet de enige dieren, die het vermogen hebben naar behoefte het heamoglobine gehalte te veranderen. Vooral veel kleine waterdieren, bijvoorbeeld Artemia, vissen, ratten en mensen (bergbewoners) kunnen tot zekere hoogte dit ook regelen. De noodzaak om zich zo aan te passen is voor het waterleven veel groter dan voor dieren, die op het land leven.
De lucht bevat practisch altijd dezelfde hoeveelheid zuurstof, het zuurstofgehalte van water wisselt sterker.