Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Plantenvaria - Cryptocoryne ciliata

Peter Bus, AV Pronkjuweel

In de handel treffen we de plant meestal aan onder de naam Ciliata. De Ciliata is een zeer grote Cryptocoryne, die ruime, erg hoge bakken verlangt. Bij waterstanden beneden de 50 cm groeit de plant boven de oppervlakte uit.

Cryptocoryne ciliata

De bladeren zijn smal tot breed, lancetvormig, aan het eind vaak enigzins stomp, van onderen lichter dan de lichtgroene, bij emerse planten donkergroene bovenkant. De bladschijf is 15 - 35 cm lang en 2 - 9 cm breed. De bladstelen zijn zeer hard. De vlag in het midden is geel, aan de rand purperrood en met franje bezet. De bloeiwijze kan zaad vormen door zelfbestuiving.
De zaden kiemen reeds in de vrucht en komen als complete plantjes uit het vruchtomhulsel te voorschijn.

Het verspreidingsgeboed van deze plant is zeer groot. Hij wordt aangetroffen in Australisch Nieuw-Guinea, Malakka, de Soenda eilanden, Thailand, India, Siam en Pakistan.
We kunnen ze vinden in de oeverbeddingen van bijna brakke wateren, waar ze dan in een zware kleibodem staan.

De Ciliata doet het in een aquarium meestal minder goed. De zware kleinbodem is in de bak meestal niet toe te passen en de temperatuur en de belichting laten meestal ook wel wat te wensen over.
We moeten hem als solitair (alleenstaand) houden, graag op de achtergrond. We camoufleren de lange stelen van de Ciliata bijvoorbeeld met een groepje Cryptocoryne beckettii er voor. Hij komt dan zeer goed tot zijn recht.

De bodem moet zwaar zijn; hij verlangt een sterke verlichting en een temperatuur van ongeveer 25 graden Celsius.

De vermenigvuldiging geschiedt vegetatief door middel van jonge planten, die uit de bladoksels te voorschijn komen, alsook door uitlopers, maar ook door middel van jonge planten, die na zelfbevruchting “levend geboren worden”.
Het opkweken van jonge planten is bij voldoende warmte en licht niet echt moeilijk. De plantjes hebben echter rust nodig en groeien aanvankelijk erg langzaam. Pas als ze een hoogte van circa 15 cm bereikt hebben, gaat de groei sneller.

Het houden in te lage aquaria kan moeilijk zijn, daar deze niet afgedekt kunnen worden, waar de meeste bladeren vochtige lucht nodig hebben.

De meeldraden zijn vrij onregelmatig gerangschikt.
In de lucht groeiende bladeren zijn wat leerachtig of vlezig. Deze plant is ook geschikt voor bakken, waarin vissoorten worden gehouden, waaraan enig zeewater (of keukenzout) is toegevoegd.

Een dwergvorm, die in alle afmetingen veel kleiner blijft, maar overigens niet verschilt, is bekend en wordt wel eens voor een niet beschreven soort aangezien. Dwergvormen zijn ook van andere Cryptocorynesoorten bekend (bijvoorbeeld Cryptocoryne purpurea, Cryptocoryne lutea).

Een andere vorm wordt door planten vertegenwoordigd, die normaal kunnen bloeien, maar tevens talrijke bovengrondse uitlopers vormen, welke jonge plantjes in groot aantal dragen. Niet bloeiende planten Cryptocoryne ciliata en Lagenandra ovata, worden soms verward. Indien men er op let, dat de randen van de spitse voet van de bladschijf van de Lagenandra ovata op de bladsteel zich voortzetten, als kleine richeltjes, die elkaar van weerszijden naderen en dat dit niet bij de bredere, vlakkere voet van de Cryptocoryne ciliata het geval is, levert de onderscheiding geen moeilijkheden op.

Al met ale een schitterende plant, de Ciliata, die beslist een goede plaats in ons aquarium verdient, doch het moet wel een groot aquarium zijn.