Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Broedgewoonten der labyrinthvissen

Peter Bus, AV Pronkjuweel

De labyrinthvissen hebben uiteenlopende broedgewoonten, die afhankelijk zijn van het milieu. Zo zijn vele van deze vissen zogenaamde schuimnestbouwers, dat wil zeggen dat het mannetje voor de paring een schuimnest bouwt, dat bestaat uit luchtbellen. Sommige soorten verwerken er bovendien plantendelen in. Het schuimnest wordt gebouwd tussen de planten aan het wateroppervlak of ook in holen.

Broedgewoonten der labyrinthvissen

De eiafzetting en het daarmee gepaard gaande liefdesspel vindt plaats direct onder het nest. De eitjes zullen door de aanwezigheid van olie omhoogstijgen en in het schuimnest belanden. Ze kunnen ook op de bodem vallen en vervolgens door het mannetje (en soms ook door het vrouwtje) worden verzameld en in het schuimnest gespuwd worden.
Het mannetje neem de verdere broedzorg voor zijn rekening, het verbetert voortdurend het schuimnest en verzamelt naar beneden gevallen eitjes en brengt ze weer naar het nest.

Zijn de jongen uitgekomen, wat afhankelijk van de temperatuur 20 tot 60 uur duurt, dan probeert het mannetje nog enige tijd, meestal zolang de jongen nog niet vrij zwemmen, ze in het nest bijeen te houden. Dat duurt dan nog eens 3 tot 5 dagen. Maar daarna houdt de broedzorg van het mannetje op en is het beter het dan uit de bak te vangen. Het vrouwtje wordt dadelijk na de paring verwijderd, daar het door het mannetje erg in het nauw wordt gedreven, terwijl het vrouwtje de jongen voor lekkere hapjes aanziet.

Het schuimnest heeft voor deze groep labyrinthvissen waarschijnlijk als doel de eitjes en de jongen, zolang ze nog hulpeloos zijn, in de zuurstofarme natuurlijke wateren actief in contact te brengen met de lucht (en dus een zuurstof rijke omgeving te creëren.

Er zijn ook labyrinthvissen die vrij afzetten. Ook deze hebben een voorkeur voor een bepaalde, tevoren uitgezochte, plek voor de eiafzetting. Bij deze soorten stijgen de eitjes eveneens door de aanwezigheid van olie omhoog naar het wateroppervlak. De vrij afzettende labyrinthvissen vertonen geen duidelijk territoriumgedrag, zoals de nestbouwers. Ze zijn ook minder agressief. Broedzorg kennen ze niet, wel maken ze jacht op hun eigen eitjes.

Een vorm van broedzorg, die we ook kennen van verschillende cichliden, vinden we ook bij vele labyrinthvissen: het muilbroeden. Muilbroedende labyrinthvissen vinden we hoofdzakelijk in stromend water. Opmerkelijk is hun speciale manier van eiafzetting. Terwijl cichliden hun eitjes deponeren op een steen of in een kuil, zet het labyrinthvis vrouwtje haar eitjes af op de aarsvin van het mannetje. Daar worden ze door het wijfje verzameld. Het vrouwtje oefent niet zelf de broedzorg uit, maar spuwt de eitjes na korte tijd naar het mannetje toe. Deze laatste verzamelt dan de eitjes en broed ze in zijn bek uit.

In de bonte schare labyrinthvissen vinden we nog een buitenbeentje: de chocolade-goerami (Sphaerichtijs osphomenoides), waarvan de verzorging alleen al veel ervaring vereist. Intussen zijn de moeilijkheden die optreden bij de kweek niets bijzonders; in alle families komen zorgenkindjes voor. Het merkwaardige bij onze chocolade-goerami is echter, dat deze de eitjes vrij kan afzetten, maar ook nestbouwer of muilbroeder kan zijn; eventueel alle methoden gecombineerd, afhankelijk van de omstandigheden.

Voor de labyrinthvissen tot paring overgaan vertonen ze een prachtig liefdesspel. De mannetjes maken de vrouwtjes met gespreide vinnen het hof, waarbij hun kleuren bijzonder intens worden. Sommige vrouwtjes besteden aanvankelijk nauwelijks aandacht aan de mannetjes. Ze gaan echter ten dele, als ze paarwillig zijn, tijdens de balts een uitgesproken bruiloftskleed vertonen.

Zijn ze nog niet tot paring bereid, dan gaan ze op de vlucht voor de mannetjes, die de vrouwtjes dan onbarmhartig door de bak jagen. In zo'n geval kunnen we het paar beter scheiden en wachten tot het vrouwtje duidelijk kuitaanzet vertoont. Dit kunnen we gemakkelijk vaststellen, als we de dieren 2 of 3 dagen laten hongeren. Is de buik dan nog altijd gezwollen, dan kunnen we er zeker van zijn dat het vrouwtje kuitrijp is.