Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Vissennieuws - Betta splendens

Peter Bus, AV Pronkjuweel

De Siamese kempvis behoort tot de familie der Anabantidae. Zijn populaire naam verraadt al het vindgebied, dat is Achter-Indië, het Malseise schiereiland en Thailand.

Betta splendens

De Betta komt voor in de meest uiteenlopende biotopen. Het land waar de Betta splendens vandaan komt, stond lang bekend onder den naam Siam. In 1939 werd het Thailand in 1945 weer Siam en in 1949 weer Thailand.
Thailand kent een tropisch moesson klimaat, dat gekenmerkt wordt door drie seizoenden: van mei tot october een regenseizoen, van october tot februari een droge, koele periode en van maart tot mei een hele droge tijd.

Siamees is duidelijk, maar nu nog de kempvis.
Sinds onheugelijke tijden worden deze vissen in Thailand in allerlei kleurvariëtijten gekweekt om als zogenaamde vechtvisjes te worden gebruikt. De toeschouwers wedden op de afloop van de strijd. In de opwinding van het gevecht tonen de mannetjes prachtige kleuren. Eén van de mannetjes geeft op een zeker moment, uitgeput en gehavend, de strijd op.

Het lichaam van de Betta splendens is lang gestrekt. De rugvin is groot en ver naar achteren geplaatst, de staratvin is rond en de buikvinnen zijn lang en smal. De vinnen hebben voor meestal de zelfde kleur als het lichaam, maar dan met donkere strepen of vlekken. De Betta is ongeveer 6 cm groot. De laatste tijd zien we ook kleinere exemplaren; dat betekend waarschijnlijk door minder goede selectie van de kweekstellen.

Het uiterlijk van de vrouwtjes is minder fraai, met nauwelijks waarneembare dwarsbanden, terwijl de buikvinnen kort zijn.

De eerste uit het wild gevangen dieren werden in 1893 in Frankrijk gekweekt en tegenwoordig is een Betta in alle mogelijke kleuren, van blauw tot groen, rood en zwart. De natuurlijke vorm van de Betta komen we haast niet meer tegen.

Twee kenmerken van de kempvis, die erg kenmerkend zijn, is dat het een labyrinthvis en een schuimnestbouwer is. Een deel van de weefsels van de Betta, aan weerszijden van de kop, is omgevormd tot een paar labyrintachtige ademhalingskamers. In de gewoonlijk vieze watertjes, die bovendien in de droge periode ook nog bederft, heeft de vis de gewoonte aangenomen naar de oppervlakte te komen om lucht te happen. Die lucht wordt bewaard in de labyrintkamers.
Bij de jonge vissen wordt de oorspronkelijke ademhaling door de kieuwen aangevuld door het labyrint (doolhof). Beter gezegd naast de oorspronkelijke ademhaling door de kieuwen treedt ook het labyrint in werking. Ook het volwassen dier blijft zijn kieuwen normaal gebruiken.

Bij de aanpassing aan zuurstofgebrek heeft de vis ook zijn levenswijze aangepast. De zuurstof wordt niet alleen voor de ademhaling gebruikt, maar ook voor de vervaardiging van het schuimnest. Uit de voorraad lucht uit de labyrintkamers haalt de vis ook de lucht voor het blazen van de bellen voor het nest. De wijze, waarop de bek naar bovenwijzend is geplaats, kan als een aanpassing beschouwd worden. Met deze bek heeft de Betta een voortreffelijk instrument om het schuimnest te bouwen en om de eieren in het op het water drijvende nest te brengen.

Voordat het schuimnest gebouwd is, heeft het wijfje van de Betta niets in te brengen. Ze wordt zelfs weggejaagd. Het bouwen van het schuimnest kan drie tot zes uren duren. Als het klaar is, accepteert de Betta de vriendelijke benadering van het wijfje.
Het liefdesleven van de kempvis duurt ongeveer drie uur, waabij zo’n zeshonderd eieren in het nest terecht komen. Het onvermoeibare mannetje (over conditie gesproken!) zorgt tijdens en na de paring voor het nest. Telkens neemt hij een eitje in de bek, bedekt het snel met een speeksellaagje en spuwt het weer in het nest.

De Betta is niet veeleisend en geschikt voor zowel grote als kleine aquaria. De beplanting moet wel goed zijn en graag voorzien van drijfplanten. Verdraagzaam is de kempvis wel tegenover andere vissen. Maar mannetjes onder elkaar zijn wel aggresief.
Onwillige vrouwtjes hebben het als het nest gereed is, zwaar te verduren.
Meer exemplaren in een bak houden is niet zo geslaagd. Er wordt net zolang gevochten, tot de zwakste het loodje heeft gelegd.

De watertemperatuur voor Betta’s ligt op zo’n 25 á 26 graden Celsius.
Als voer nemen ze alle levend voer aan, maar de voorkeur gaat uit naar muggelarven (droogvoer wordt ook met gretigheid geaccepteerd).

De Betta splendens is een door zijn kleur fraaie verschijning in het aquarium.
En het is voor alle aquarianen een uitermate boeiende vis in zijn voortplantingsgedrag.