Pronkjuweel

Vereniging voor aquaria en meer

Het Peter Bus archief

 

Vissennieuws

Plantenvaria

Overige

Het Peter Bus archief

Deze 160 artikelen mogen gebruikt worden, mits “Peter Bus, AV Pronkjuweel” vermeld wordt.

Vissennieuws - Apistochramma cichliden

Peter Bus, AV Pronkjuweel

In dit artikel zal ik trachten wat meer informatie te geven over deze visfamile, die we, althans op enkele soorten na, regelmatig tegenkomen. De stof is gehaald uit aanwezige literatuur, aangevuld met mijn eigen ervaring.

Apistogramma agassizi

Dwergcichliden

De eerste Apistorgamma die we in de handel tegenkwamen, was Apistogramma agassizi (tegenwoordig zien we deze vis niet meer zo vaak). Nu is de Apistogramma ramirezie het meest geliefd.
De Apistogramma’s worden gerekend tot de groep dwergcichliden. Om hierbij te horen moet een vis op zijn minst aan twee eisen voldoen:
    1e Hij moet niet zo erg groot worden (maximaal 15 cm).
    2e Hij moet min of meer geschikt zijn voor het gezelschapsaquarium, dus vreedzaam tegenover andere vissen.
Buiten de Apistogramma’s rekenen we ook b.v. de Nannacara, Crenicaria en Julidochromus soorten tot de dwergcichliden.

Algemeen

Het aantal Apistogramma’s is van 5 in 1906 gegroeid tot over de 30 in 1978. Er zullen nog vele volgen, want ieder gebied rond de Amazone en de zijrivieren kent zijn eigen Apistogramma’s. Ze komen dus alle uit Zuid-Amerika.

Ze houden van een temperatuur rond de 25 graden Celcius en het water zou zacht en zwak zuur moeten zijn. Nu zijn de tegenwoordige soorten alle nagekweekt en ook wel gehard tegen wat ander water.
Ons leidingwater b.v. is ongeveer 10 graden D.H. en een pH van 7 (neutraal), brengt bij mij bijvoorbeeld de Apistogramma borelli aan het kweken

Ook andere, zoals de Apistogramma agasizi, ortmanni en kleei lijken zich vrij goed op hun gemak te voelen. Toch moet het water we aan bepaalde eisen voldoen. Het man namelijk beslist niet verontreinigd zijn (bij welke vis wel?), want hier zijn ze bijzonder gevoelig voor. Ze schijnen ook slecht tegen bepaalde ziektebestrijdingsmiddelen te kunnen. Dus hier moet altijd voor opgepast worden.

Uiterlijk en gedrag

De Apistogramma’s kunnen we op grond van het verschil in staartvorm onderverdelen in 2 groepen, te weten:
    a. met ronde staartvin (A. reitzigi, weissei en ortmanni)
    b. met tweepuntige staartvorm (A. borelli, kleei, trifaciatus, enz.).
Dit geldt alleen voor de mannetjes. De mannetjes, vooral van de puntstaartigen, zijn vaak zeer fraai. Dit in tegenstelling tot de vrouwtjes, die veel kleiner en minder mooi zijn.

Het leven van de Apistorgamma’s speelt zich voor het grootste deel op de bodem af.
De mannetjes zijn polygaam, d.w.z. dat ze over het algemeen een vrij groot territorium hebben, waarin ze meerdere wijfjes houden, die ieder weer eigen broedterritoria hebben. Dit gedrag houdt in dat we ze eigenlijk niet in paartjes mogen houden of kweken.

De belangrijkste eis, die de vis aan het aquarium stelt is een schuilmogelijkheid, ze brengen namelijk in de natuur een groot deel van hun leven door in schuilplaatsen.
Dus een paar steengroeperingen of bloempotten zijn onontbeerlijk, anders worden ze agressief en voelen ze zich niet op hun gemak.
Juist de bekendste Apistorgamma’s zijn tegenwoordig geen Apistorgamma’s meer, n.l. de A. ramirezi is op grond van de feiten, dat zij:
    a. vrijleggers zijn,
    b. monogaam zijn (1 mannetje en 1 vrouwtje),
ondergebracht in een andere familie en heet nu Papiliochromis ramirezi.

Geschiktheid voor het gezelschapsaquarium

Uit de voorgaande gegevens kunt U opmaken dat er toch met een aantal dingen rekening gehouden moeten worden, alvorens U één van deze dieren toelaat in Uw bak:
    a. schuilmogelijkheden
    b. weinig of geen concurrentie op de bodem (b.v geen Barbus soorten
    c. water onder de 14 DH, temp ongeveer 25 graden Celcius, pH niet boven de 7 á 7,5
    d. als de ruimte het toelaat, een mannetje met meerdere vrouwtjes (2 á 3)
    e. het liefst dierlijk voedsel, maar eerst invriezen (vooral watervlooien), omdat ze zeer gevoelig schijnen te zijn voor eventuele bacteriën en parasieten.
Als ik soms levende watervlooien voerde, dan waren bij sommigen al snel schurende bewegingen waar te nemen. Door te stoppen met dit voer ging het dan altijd van zelf weer over, dus zo ziekte gevoelig zijn ze nu ook weer niet.

Kweken

Bijna alle Apistogramma soorten zijn vrij eenvoudig te kweken, alleen zal met een aantal dingen rekening gehouden moeten worden. Zoals u al gelezen hebt, zijn de Apistogramma mannetjes polygaam. Dit houdt in dat sommige soorten zich beslist niet in paartjes laten kweken (met name bij A. trifaciatum schijnt dit bijzonder onmogelijk te zijn).

De belangrijkste factor is het legrijp zijn van het vrouwtje. Verder kan aanzuren en verversen van het water (d.m.v turf uitkoken enz.) en een kleine temperatuur verhoging het afzetten bevorderen.

De eitjes worden vastgekleefd in het hol van het vrouwtje b.v. een bloempot of een kokosnootdop. Ze neemt ook bijna altijd de broedzorg voor haar rekening (soms helpt het mannetje).
Als u geen grote kweekbak hebt, kunt u het beste het mannetje direct na het uitkomen van de jongen verwijderen. Het vrouwtje kan nog rustig 3 tot 4 weken blijven zitten.

De eitjes komen na ongeveer 3 dagen uit en de jongen gaan vrij zwemmen rond de 5e of 6e dag. Ze eten dan gelijk al microaaltjes of pekelkreeftjes. De verdere opfok zal weinig problemen met zich meebrengen. Alleen voor een goede ontwikkeling zullen de jongen over een behoorlijke zwemruimte moeten kunnen beschikken.
Na 2½ tot 3 maanden is dan reeds het geslachtsonderscheid te zien en na ongeveer 6 maanden zijn ze zelf week geslachtsrijp.

De meeste Apistogramma’s leven ongeveer 2 jaar.
Het kan voorkomen dat de eitjes opgegeten worden, met name jonge exemplaren doen dit vaak bij hun eerste legsel. Als het regelmatig gebeurd kunt U de partners proberen te wisselen. Kunstmatig opvoeden is minder leuk en vaak niet zo succesvol.